Behandeltraject met therapie-/ steunzolen


Om de gecorrigeerde houding en voetstand blijvend te maken, worden de elementen die tijdens het onderzoek gebruikt zijn in een zool verwerkt. Wanneer u start met het dragen van de therapie-/ steunzolen, zal het lichaam tijd nodig hebben om zich aan te passen. Dit kan spierpijn tot gevolg hebben. De spieren in het lichaam worden namelijk in een andere houding geplaatst. In het begin zal u daarom stap voor stap het dragen van de zolen opbouwen.
  • In principe mag u de hele dag op de zolen lopen, bij het ontstaan van druk of spierpijn is het echter verstandig om het gebruik langzaam op te bouwen. Begin dus met enkele uren per dag. Normaal gesproken bent u naar 2 of 3 weken gewend aan de zolen.
  • Zorg ervoor dat de bodem in uw schoenen zo vlak mogelijk is, vóór u de zolen draagt. Verwijder alle onregelmatigheden of comfortzooltjes die al in de schoenen zitten.
  • Gaan uw schoenen ‘kraken’ bij het gebruik van de zooltjes, strooi dan een laagje talkpoeder onder de zolen.
  • Wanneer u zolen wil dragen in open schoenen, dan kunnen de zolen eventueel op de plaats gehouden worden met een stukje klittenband.

Onderhoud zolen

  • Haal de zolen iedere avond uit de schoenen.
  • Als de zolen nat worden door transpiratie of regen, leg ze dan om te drogen, niet bij de verwarming of kachel, hierdoor kunnen ze opkrullen.
  • Zolen met een kunststof bovenlaagje kunnen indien nodig afgeveegd worden met een vochtige doek, daarna goed laten drogen.
  • Als de bovenlaag begint te slijten, dan kunt u de zolen bij uw register podoloog/podoposturaal therapeut weer van nieuwe bovenlaag laten voorzien. Dit is minder kostbaar dan een geheel nieuw paar zolen.
  • Wanneer er bepaalde plekjes zijn die niet prettig zitten of naar verloop van tijd niet meer voldoende ondersteunen, kunnen de zolen meestal vrij snel aangepast worden. Neem hiervoor contact op met uw podoloog. Een jaarlijkse controle is raadzaam.

Behandeltraject met een orthese

  • In het begin zal de orthese niet altijd erg comfortabel zitten, geef uw voeten de tijd om even te wennen. Bouw het gebruik van de orthese geleidelijk op, begin bijvoorbeeld met een half uur per dag. Normaal gesproken moet u na 1 á 2 weken gewend zijn.
  • De orthese mag geen pijn doen of blaartjes veroorzaken. U kunt dit binnen 1 week constateren. Probeer de orthese eventueel eens in andere schoenen. Blijven er problemen, neem dan contact op met uw podoloog.
  • ‘s Nachts hoeft u de orthese niet te dragen. De orthese blijft het beste zitten met sokken en dichte schoenen, mits daar voldoende ruimte voor is. Houd bij het kopen van nieuwe schoenen dus ook rekening met de orthese.
  • Probeer, indien mogelijk, de orthese altijd met twee handen aan te brengen en te verwijderen (nooit trekken).

Onderhoud orthese

  • U kunt de orthese wekelijks afwassen met handzeep, daarna wel goed laten drogen.
  • Kleine beschadigingen aan de orthese kunnen door uw register podoloog vaak nog gerepareerd worden.